|
Als ik in de manege kom kijk ik eerst op welk paard ik rijd. Iedere week rijd ik op een ander.
Er zijn hele grote maar ook kleine paarden. Ik ga dan naar de zadelkamer en pak zijn hoofdstel en zadel.
Ieder paard heeft er een met zijn eigen naam erop. In de winter hebben alle paarden een winterdeken om, om hen warm te houden. Die haal ik er eerst af, dan doe ik het hoofdstel om en ga dan zijn hoeven schoon maken met een hoeven krabber. Ik doe dat omdat anders de hele stal smerig wordt door de mest die in zijn hoeven gaat zitten. Het paard kan nu uit de box. Ik ga hem nu borstelen, om alle losse haren uit zijn vacht te halen. Ik heb een tas met allemaal borstels en kammen. Als dat klaar is kan de zadeldeken en daarna het zadel erop. Het zadel moet goed strak, want anders glijdt hij eraf, dit doe ik met de buikriem. De stijgbeugels moeten omhoog, ze gaan naar beneden in de bak.De stoot gaat ook in de bak vast

|